Langs de Groote Vloedgraven komt een natuurlijke zone, die als verbindingsroute gaat fungeren voor verschillende diersoorten. Om de ± 500 meter wordt een stapsteen ingericht: kleine stukjes natuur van ongeveer 1,5 ha. Deze zogenoemde ecologische verbindings-zone verbindt de natuurgebieden bij Olst – Wolbroeken met het landgoed Zonnebergen en het Overijssels Kanaal.

Door deze zone kunnen verschillende diersoorten zich verplaatsen. Het gaat om amfibieën, (waterspits) muizen, libellen, vlinders, rietvogels, vleermuizen en kleine zoogdieren. De kamsalamander is de meest veeleisende van deze groep. De zone wordt in natte perioden ook als waterberging gebruikt. Over de precieze inrichting van de zone en de stapstenen is nog geen beslissing genomen. Er bestaan richtlijnen voor de inrichting die ideaal zijn voor deze diersoorten. De richtlijnen zijn als volgt: de zone bestaat uit droge en vochtige delen en is grotendeels begroeid met diverse kruiden en hier en daar bomen en struiken.

Op de overgang van water naar land ligt een brede natuurvriendelijke oever, begroeid met moerasplanten. Ook voor de stapstenen bestaan algemene aanwijzingen: de stapstenen zijn gemiddeld 1,5 ha groot. In elke stapsteen liggen één of meerdere poelen die dienen als voortplantingswater voor amfibieën. Het is belangrijk dat het grotendeels open blijft en er voldoende zonlicht op het water valt.

In de winter zitten amfibieën meestal op het land, op beschutte plekken. De stapsteen is deels begroeid met bomen en struiken, en deels met kruiden. Ook bestaande bosjes en natuurterreinen kunnen fungeren als stapsteen. Bij de uiteindelijke inrichting van de ecologische verbindingszone worden deze richtlijnen gebruikt als uitgangspunt. Daarnaast wordt ook gekeken naar de agrarische verkaveling, het bestaande landschap en de waterhuishouding.

Heeft u interesse voor het aanleggen van een stapsteen op uw eigendom? Dan willen wij graag met u meedenken over de inrichting. Wellicht komen we in overleg met u tot goede oplossingen.

Terug naar de pagina “weseper gebiedsvisie”