GREET BROEKHUIZEN

 

‘Ik heb in Wesepe het gemeenschapsleven leren kennen’

Greet Broekhuizen is voor de meeste Wesepenaren beter bekend als dokter Broekhuizen die ruim dertig jaar de toegewijde huisarts was. Als geen ander was ze geïnteresseerd in het wel en wee van iedereen in het dorp en wijde omgeving. Die betrokkenheid is na haar pensioen eigenlijk alleen maar sterker geworden met haar inzet en vele bezoekjes. Nog steeds heeft ze het over haar baby’s: de vele kinderen die ze hielp ter wereld komen:  De eerste worden dit jaar 60 jaar. “En velen ken ik nog bij naam”, zegt ze met een stralende lach op haar gezicht.

 

Dokter Broekhuizen is geboren op 18 mei 1931 in Gouda. Daar was haar vader, die zelf uit  Groningen kwam, huisarts . Een groot gedeelte van de lagere school  was tijdens de oorlog en dat betekende dat het onderwijs in verschillende gebouwen werd gegeven . “In het tweede jaar van het gymnasium werd het station gebombardeerd, dat was vlak bij ons huis.  Met de vrede kreeg iedereen zijn overgang cadeau.” De school werd met succes afgemaakt waarna ze haar studie geneeskunde begon in Utrecht. “Utrecht was een fijne stad. Ik heb eerst wel 5 jaar op en neer gereisd. Daarna ben ik op kamers gegaan om de coschappen te doen.”

Nadat ze in maart 1957 afgestudeerd was is ze begonnen met waarnemen onder meer in Hasselt en op Groot Schuylenburg in Apeldoorn. “Als ik geen huisarts zou kunnen worden, wilde ik in de verstandelijk gehandicapten zorg.“ Maar zo ver kwam het niet. Haar vader overleed in juni 1958 en in 1959  kwam ze samen met haar moeder naar Wesepe waar ze zich vestigde als huisarts. Na een paar jaar werd het huis aan de Raalterweg gekocht en uitgebouwd. Daar heeft haar moeder ook nog tien jaar mogen genieten van de mooie omgeving. Die natuur was ook wat Greet zo aantrok aan deze streek. “We gingen vanaf mijn negende altijd naar Ermelo op vakantie. Daar leefde ik gewoon op als ik over de hei liep of buiten mocht fietsen. Daar heb ik de natuur leren kennen. Toen ik voor het eerst de Wilhelmina-brug in Deventer passeerde, dacht ik al: “Oh, wat ligt die stad daar mooi aan de IJssel.” In Wesepe voelde Greet zich al snel helemaal thuis.

 

Als opvolger van dokter Buisman, ook een vrouw, werd ze als vrouwelijke arts meteen geaccepteerd. “Ik heb nooit moeite met mijn patiënten gehad. Het waren aardige mensen. Je was de dokter, dat was wel een andere tijd.“

Dokter Broekhuizen deed er voor het eerst alleen de bevallingen. “Daar heb ik nog wel aan gedacht, want in februari is mijn eerste baby 60 jaar geworden. Je rolt er gewoon in en ik was goed voorbereid in mijn opleiding. Nog steeds geniet ik van mijn baby’s, zoals ik ze nog steeds noem.”

Met het spreekuur nam Broekhuizen altijd ruim tijd voor haar patiënten. “Ja, mijn spreekuur liep altijd uit. Ik realiseer het me nu misschien wel meer dan toen: want wat is het belangrijkste van het mens zijn? Dat is toch dat je probeert er te zijn voor elkaar. Je deed wat je kon.” De bezoeken waren vroeger wel anders, want de weg was soms onbegaanbaar met veel sneeuw of regenval. “Dan liet ik de auto bijvoorbeeld staan aan het begin van het Kikkersgat, trok de laarzen aan en liep ik verder.” Ook was dokter zijn een job van 24 uur per dag zeven dagen in de week klaarstaan. “Ik heb nog aan dokter Numan te danken dat ik op een gegeven moment in samenwerking met Olst om het weekeinde vrij was. “

Wesepe werd echt haar thuis waar ze ook bleef nadat ze op haar 60e met pensioen mocht. “Ik heb niet veel familie en moet het vooral hebben van de mensen om mij heen. Wesepenaren zijn gezellige mensen. Ik kan best alleen zijn, maar hier heb ik het gemeenschapsleven leren kennen.“

 

‘Mijn eerste baby’s zijn nu zestig jaar’


Na haar pensioen nam Greet Broekhuizen volwaardig deel aan dat gemeenschapsleven. Ze bleef uit pure belangstelling vele bezoekjes afleggen en nog steeds heeft ze een paar mensen die ze regelmatig bezoekt, ondanks het lopen moeilijker wordt. “Je hebt veel met ze meegemaakt en dat schept een band.”

En dan is er nog het orgel en de piano die ze graag en goed bespeelt. Ze is erg betrokken bij de protestantse gemeente in Wesepe. “Het samen zijn en het samen zingen vind ik het mooiste van een kerkdienst. Heel lang heb ik zo’n drie keer per jaar in een kerkdienst mogen spelen, op 16 december 1990 voor de eerste keer.” Vorig jaar zomer speelde ze nog op het orgel tijdens de openkerkdagen tussen de middag voor toeristen. “Dat vond ik heel leuk.”

Greet kijkt terug op een drukke maar vooral mooie tijd met haar werk in Wesepe waar ze nog steeds geniet op haar plekje, in haar tuin en van het gemeenschapsleven. “De mensen leven hier met elkaar. Ze zijn zichzelf, er is weinig gedoe en er kan heel veel”.

Met dank aan Jacky van Tartwijk