Het speelde al een poosje door het hoofd: ‘Ik zou best weer eens aan de Vierdaagse mee kunnen doen dit jaar. Verder niks wat me plaagt, je moet er alleen wat tijd voor vrij maken.’ En dus in een overmoedige bui de stoute schoenen aangetrokken en via de digitale snelweg een deelnameformulier ingevuld. Daar schijnt tegenwoordig bijna een sollicitatieprocedure aan vooraf te gaan.
Wie daarvoor afvalt kan via loting alsnog deelnemen. Een soort achterdeur, zeg maar. Voor ondergetekende stond de deur gelukkig(?) open. Dus kon er getraind worden. Dat is een happening op zich. Wesepe kent namelijk een echte trainingsgroep voor de Vierdaagse. Ze bestaat uit een jaarlijks wisselende bezetting met een aantal vaste waarden.
Bijvoorbeeld opperregelneef Jan Wichems. Hij laat ons tweewekelijks langs de fraaiste routes lopen, ziet kans daar een logische opbouw qua afstand in aan te brengen en kent langs elke route locaties waar wij de vermoeide voeten kunnen laten rusten en ons kunnen laven aan koffie, broodjes en wat er verder allemaal te koop is. En dat op tijden waarop zelfs wakker Nederland nog in semicomateuze toestand verkeert. Een markant man. Vond ook Beatrix.
Anton Niemeijer behoort al jaren tot de vaste lopers. Als wij om 06.00 uur vertrekken voor een training heeft hij reeds de koeien gemolken, het jongvee gevoerd en het trainingspak aan. Hij heeft er dan kortom al een halve werkdag opzitten en is –in tegenstelling tot anderen- op dat tijdstip uitermate spraakzaam. Anderen zijn dan nog volop met zichzelf bezig en hebben daar de handen meer dan vol aan. Anton loopt doorgaans vrij gemakkelijk, heeft de hele dag goeie zin en helpt waar nodig anderen in of uit de put. Inmiddels weet half Nijmegen waar Wesepe ligt en daar heeft hij flink aan bijgedragen.
Jo Jansen loopt ook al een aantal jaren onafgebroken mee. Vorig jaar ging het er door een medisch probleem kort langs, maar Jo liet zich niet kisten en was in Nijmegen gewoon weer present. Waar anderen vrij nemen voor training en Vierdaagse is dat voor Jo niet nodig. Hij regelt zijn zaken per mobiel, belt en wordt gebeld op de meest vreemde tijden en heeft daarnaast tijd om uit te rekenen wanneer we over zijn. Het moet gezegd, meestal zit hij er niet ver af.
Ook Ton den Duijf behoort tot de harde kern. Altijd in voor een goed gesprek en bovendien gezegend met een grote kennis van alles wat groet en bloeit. Altijd handig als je met je tuin bezig bent. Ton liep eerder wel eens een blaar op, maar blijft er tegenwoordig door het gebruik van een efficiënte bandage onder de voetzolen grotendeels van verschoond.
Natuurlijk is het niet zo dat ik op de hoogte ben van wie de vaste klanten zijn. Ik doe zelf voor het eerst in zeven jaar weer mee, dus over de tussenliggende jaren moet ik mij ook laten informeren. Maar Gerry Vrielink was er vrijwel alle keren dat ik meetrainde ook bij. Zij torst meestal naast een voedselpakket voor onderweg ook nog een fotocamera met zich mee. Dat doen wij allen ook wel, maar zij heeft er een waar je niet mee kan bellen. Het heeft al tot een aantal mooie foto’s geleid. Zo zijn wij allen in het bezit gesteld van een aantal digitale opnames van flamingo’s, volgens Anton waren het roze ganzen, genomen voor 07.00 uur des ochtends aan de IJssel.
Tini Lunenberg loopt voor de tweede keer mee. Zij loopt net zo gemakkelijk als ze praat alleen houdt ze dat laatste langer vol. Tenzij ze slaapwandelt, maar daar ben ik nooit bij. Altijd vol belangstelling voor anderen en buitengewoon medelevend. En ze weet altijd alle nieuwtjes.
Naast de Wesepenaren traint er ook een aantal mensen van buiten het dorp mee. Jan Gerritsen uit Heeten, leider van het derde damesvoetbalelftal daar, erkend clubscheidsrechter en ook nog druk in het verenigingsleven, Gerrit Kruitbosch uit Wijhe, altijd goed voor een mooi verhaal en Mark Wolvenne, de plaatselijke weerman uit het Gelderse Terwolde. Erkend schaats- en fietser, gehouwen uit ijzer en staal. Hij ziet na het wandelen nog kans de lengte van de route uit te rekenen en maakt ook foto’s van roze ganzen.
De trainingen zelf zijn ongekend eenvoudig. Gewoon de ene voet voor de andere zetten. En dat blijven herhalen tot je over bent. Aan het eind van elke route werd tot nog toe steeds een pand gevonden met daarin gehaktballen en vloeibare versnaperingen. Dat kan een commerciële gelegenheid zijn, maar dat is geen vereiste. Daar wordt de tocht onderling nog even nabesproken, de kwaliteit van de gehaktballen getest en aandacht besteed aan eventuele pijntjes; vooral die van anderen. (‘Ja Henk, het zol ok te mooi wezen ai hillemoal niks vernamn.) Daarna een stukje fietsen of lopen naar huis. Vervolgens stop je de voeten in een bak koud water om de eerste hitte er af te krijgen. Daarna een frisse douche en het zit er weer op voor de dag.
Behalve voor Anton. Want de veestapel wacht.










Laatste Reacties